23 maart 2010
Algemeen
- Wit begint en doet de eerste zet

- “Matgezet”betekent dat de koning geslagen wordt bij de tegenstander, degene die geslagen wordt heeft verloren. Als de stelling zodanig is dat geen van de spelers nog mat gezet kan worden, is de partij remise.
De loop van de stukken:
- Geen stuk kan verplaatst worden naar een veld waarop een stuk van dezelfde kleur staat.
- De dame kan naar elk veld van de lijn, de rij of een diagonaal waarop zij staat.
- De toren kan naar elk veld van de lijn of rij waarop hij staat.
- De loper kan naar elk veld van een diagonaal waarop hij staat. (bij dezen zetten kan de dame, toren of loper niet over een stuk heen gezet worden.
- Het paard kan naar een van de dichtstbijzijnde velden die niet op dezelfde lijn, rij of diagonaal liggen als waarop het staat.
- Bij zijn eerste zet mag de pion twee velden op dezelfde lijn naar voren onder voorwaarde dat beide velden leeg zijn.
- De pion kan naar een, door een stuk van de tegenstander bezet veld schuin voor hem op een aangrenzende lijn. Hierbij wordt dit stuk geslagen.
- Een pion dat een veld aanvalt dat is overschreden door een pion van de tegenstander die vanaf zijn oorspronkelijke veld twee velden in 1 zet naar voren is gegaan, mag die pion van de tegenstander slaan alsof dit slechts 1 veld naar voren is gegaan. Dit slaan mag alleen bij de eerstvolgende zet en wordt “en passant” slaan genoemd.
- Als een pion een rij, het verst van zijn beginpositie verwijderd bereikt, dan moet hij als deel van dezelfde zet worden vervangen door een dame, toren, loper of paard van dezelfde kleur.
- Met een koning kunnen twee verschillende zetten worden gedaan: a) naar een aangrenzend veld dat niet door een of meer stukken van de tegenstander wordt aangevallen. b) “ Rokeren “: dit is een zet van de koning en een toren van dezelfde kleur op dezelfde rij, geldend als een enkele koningszet, en wordt uitgevoerd door de koning van zijn oorspronkelijke veld twee velden naar de toren te verplaatsen en daarna de toren over de koning heen te zetten op het door de koning overschreden veld.
- Als een stuk op een veld is losgelaten, dan mag het niet meer op een ander veld worden verplaatst.
Het einde van de partij:
- Als de tegenstander mat is gezet.
- Als de tegenstander het opgeeft.
- De partij is remise als de aan zet zijnde speler geen reglementaire zet kan doen en zijn koning niet schaak staat. Men zegt dat de partij in “pat”eindigt. Dit eindigt de partij onmiddellijk.
- De partij is remise als beide spelers dit tijdens de partij overeenkomen.
- De partij kan remise worden verklaard als dezelfde stelling driemaal op het schaakbord tot stand komt of is gekomen.
- Wanneer de tijd van het betreffende dagdeel is verstreken.
Bij regels die niet vermeld staan, beslist de wedstrijdleiding.
De officiƫle Schaak regels van de KNSB gelden naast deze aangegeven regels Reglement en Regels.
FATSOENREGELS
- Geef je tegenstander voor en na de partij een hand;
- Je bemoeit je nooit met partijen van anderen;
- Ga netjes met het materiaal (stukken, klokken, etc.) om;
- Zet na afloop van de partij de stukken netjes in de beginstand (is het spel compleet?)
- Ruim op het eind van de clubavond jouw materiaal weer op;
- Bezorg anderen geen overlast bij het analyseren (analyseer in een andere ruimte);
- Wees zo stil mogelijk tijdens de competitie (alleen fluisteren);
- Zorg dat je op tijd op de clubavond of bij wedstrijden aanwezig bent;
- Meld je op tijd af als je een keer niet kan komen schaken;
- Respecteer de mening van anderen!;
- Uitlachen en vervelende dingen zeggen is iets voor domme kinderen;
- Pesten, uitdagen, slaan en dergelijke is uit den boze op de club;
- Blijf van de eigendommen van anderen af;
- GSM’s moeten uitgezet worden op de schaakclub;
- Gedraag je als een goed clublid: gezellig, sociaal en sportief!
